Ik ben de Opstanding en het Leven — gesprek met Martha

Martha gaat Jezus tegemoet en zegt: Heere, waart Gij hier geweest, zoo ware mijn broeder niet gestorven. Jezus zegt: Uw broeder zal opstaan. Martha zegt: Ik weet dat hij opstaan zal in de opstanding ten laatsten dage. Jezus zegt: Ik ben de Opstanding en het Leven; die in Mij gelooft zal leven al ware hij ook gestorven. Gelooft gij dat? Zij antwoordt: Ja Heere, ik heb geloofd dat Gij zijt de Christus, de Zone Gods.

Jaar
4034 30 AD

Personen

Bijbelverzen

Joh 11:17-27
17Jezus dan, gekomen zijnde, vond, dat hij nu vier dagen in het graf geweest was. 18(Bethanie nu was nabij Jeruzalem, omtrent vijftien stadien van daar.) 19En velen uit de Joden waren gekomen tot Martha en Maria, opdat zij haar vertroosten zouden over haar broeder. 20Martha dan, als zij hoorde, dat Jezus kwam, ging Hem tegemoet; doch Maria bleef in huis zitten. 21Zo zeide Martha dan tot Jezus: Heere, waart Gij hier geweest, zo ware mijn broeder niet gestorven; 22Maar ook nu weet ik, dat alles, wat Gij van God begeren zult, God U het geven zal. 23Jezus zeide tot haar: Uw broeder zal wederopstaan. 24Martha zeide tot Hem: Ik weet, dat hij opstaan zal in de opstanding ten laatsten dage. 25Jezus zeide tot haar: Ik ben de Opstanding en het Leven; die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven; 26En een iegelijk, die leeft, en in Mij gelooft, zal niet sterven in der eeuwigheid. Gelooft gij dat? 27Zij zeide tot Hem: Ja, Heere; ik heb geloofd, dat Gij zijt de Christus, de Zone Gods, Die in de wereld komen zou.