Het grote gebod

En een der Schriftgeleerden vraagde Hem: Welk is het eerste gebod van alle? En Jezus antwoordde hem: Het eerste van alle de geboden is: Hoor, Israël! de Heere onze God is een eenig Heere. En gij zult den Heere uwen God liefhebben uit geheel uw hart en uit geheel uwe ziel en uit geheel uw verstand en uit geheel uwe kracht. Dit is het eerste gebod. En het tweede, aan dit gelijk, is dit: Gij zult uwen naaste liefhebben als uzelven. Er is geen ander gebod grooter dan deze.

Jaar
4034 30 AD

Personen

Plaatsen

Bijbelverzen

Mar 12:28-34
28En een der Schriftgeleerden horende, dat zij te zamen in woorden waren, en wetende, dat Hij hun wel geantwoord had, kwam tot Hem, en vraagde Hem: Welk is het eerste gebod van allen? 29En Jezus antwoordde hem: Het eerste van al de geboden is: Hoor, Israel, de Heere, onze God, is een enig Heere. 30En gij zult den Heere, uw God, liefhebben uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw verstand, en uit geheel uw kracht. Dit is het eerste gebod. 31En het tweede aan dit gelijk, is dit: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven. Er is geen ander gebod, groter dan deze. 32En de schriftgeleerde zeide tot Hem: Meester, Gij hebt wel in der waarheid gezegd, dat er een enig God is, en er is geen ander dan Hij; 33En Hem lief te hebben uit geheel het hart, en uit geheel het verstand, en uit geheel de ziel, en uit geheel de kracht; en den naaste lief te hebben als zichzelven, is meer dan al de brandofferen en de slachtofferen. 34En Jezus ziende, dat hij verstandelijk geantwoord had, zeide tot hem: Gij zijt niet verre van het Koninkrijk Gods. En niemand durfde Hem meer vragen.