Het grote gebod
Een wetgeleerde vraagt: Meester, wat is het grote gebod in de wet? Jezus antwoordt: Gij zult den Heere uw God liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede, aan dit gelijk: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven. Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.
Jaar
4034 30 AD
Personen
Plaatsen
Bijbelverzen
Mat 22:34-40
34En de Farizeen, gehoord hebbende, dat Hij de Sadduceen den mond gestopt had, zijn te zamen bijeenvergaderd. 35En een uit hen, zijnde een Wetgeleerde, heeft gevraagd, Hem verzoekende, en zeggende: 36Meester! welk is het grote gebod in de wet? 37En Jezus zeide tot hem: Gij zult liefhebben den Heere, uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand. 38Dit is het eerste en het grote gebod. 39En het tweede aan dit gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven. 40Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.