Herodes doodt Jakobus en neemt Petrus gevangen
Koning Herodes Agrippa slaat de handen aan sommigen van de gemeente om hen kwaad te doen. Hij doodt Jakobus, den broeder van Johannes, met het zwaard. Als hij ziet dat het den Joden behagelijk is, neemt hij ook Petrus gevangen, in de dagen der ongedesemde brooden.
Jaar
4048 44 AD
Personen
Plaatsen
Bijbelverzen
Hand 12:1-5
1En omtrent denzelfden tijd sloeg de koning Herodes de handen aan sommigen van de Gemeente, om die kwalijk te handelen. 2En hij doodde Jakobus, den broeder van Johannes, met het zwaard. 3En toen hij zag, dat het den Joden behagelijk was, voer hij voort, om ook Petrus te vangen (en het waren de dagen der ongehevelde broden); 4Denwelken ook gegrepen hebbende, hij in de gevangenis zette, en gaf hem over aan vier wachten, elk van vier krijgsknechten, om hem te bewaren, willende na het paas feest hem voorbrengen voor het volk. 5Petrus dan werd in de gevangenis bewaard; maar van de Gemeente werd een gedurig gebed tot God voor hem gedaan.