Hanna brengt Samuël naar de tempel te Silo
Na de spening brengt Hanna het kind Samuël naar het huis des HEEREN te Silo, met een driejarige var, een efa meel en een fles wijn. Zij zegt tot Eli: 'Om dezen jongen heb ik gebeden, en de HEERE heeft mij mijn bede gegeven. Daarom heb ik hem ook den HEERE overgegeven.'
Jaar
2645 1360 BC
Plaatsen
Bijbelverzen
1 Sam 1:21-28
21En die man, Elkana toog op met zijn ganse huis, om den HEERE te offeren het jaarlijkse offer, en zijn gelofte. 22Doch Hanna toog niet op; maar zij zeide tot haar man: Als de jongen gespeend is, dan zal ik hem brengen, dat hij voor het aangezicht des HEEREN verschijne, en blijve daar tot in eeuwigheid. 23En Elkana, haar man, zeide tot haar: Doe, wat goed is in uw ogen; blijf, totdat gij hem zult gespeend hebben; de HEERE bevestige naar Zijn woord! Alzo bleef de vrouw, en zoogde haar zoon, totdat zij hem speende. 24Daarna, als zij hem gespeend had, bracht zij hem met zich opwaarts, met drie varren, en een efa meels, en een fles met wijn; en zij bracht hem in het huis des HEEREN te Silo; en het jongsken was zeer jong. 25En zij slachtten een var; alzo brachten zij het kind tot Eli. 26En zij zeide: Och, mijn heer! zo waarachtig als uw ziel leeft, mijn heer! Ik ben die vrouw, die hier bij u stond, om den HEERE te bidden. 27Ik bad om deze jongeling, en de HEERE heeft mij mijn bede gegeven, die ik van Hem gebeden heb. 28Daarom heb ik hem ook den HEERE overgegeven al de dagen, die hij wezen zal; hij is van den HEERE gebeden. En hij bad aldaar den HEERE aan.