Haggaï's oproep tot herbouw van de tempel
In het tweede jaar van koning Darius, op den eersten dag der zesde maand, geschiedt het woord des HEEREN door den dienst van den profeet Haggaï tot Zerubbabel en tot Jozua den hogepriester. God verwijt het volk dat zij in hun gewelfde huizen wonen terwijl het huis des HEEREN woest ligt.
Jaar
3241 764 BC
Personen
Plaatsen
Bijbelverzen
Hag 1:1-11
1In het tweede jaar van den koning Darius, in de zesde maand, op den eersten dag der maand, geschiedde het woord des HEEREN, door den dienst van Haggai, den profeet, tot Zerubbabel, den zoon van Sealthiel, den vorst van Juda, en tot Josua, den zoon van Jozadak, den hogepriester, zeggende: 2Alzo spreekt de HEERE der heirscharen zeggende: Dit volk zegt: De tijd is niet gekomen, de tijd, dat des HEEREN huis gebouwd worde. 3En het woord des HEEREN geschiedde door den dienst van den profeet Haggai, zeggende: 4Is het voor ulieden wel de tijd, dat gij woont in uw gewelfde huizen, en zal dit huis woest zijn? 5Nu dan, alzo zegt de HEERE der heirscharen: Stelt uw hart op uw wegen. 6Gij zaait veel, en gij brengt weinig in; gij eet, maar niet tot verzadiging; gij drinkt, maar niet tot dronken worden toe; gij kleedt u, maar niet tot uw verwarming, en wie loon ontvangt, die ontvangt dat loon in een doorgeboorden buidel. 7Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Stelt uw hart op uw wegen. 8Klimt op het gebergte, en brengt hout aan, en bouwt dit huis, en Ik zal een welgevallen daaraan hebben, en verheerlijkt worden, zegt de HEERE. 9Gij ziet om naar veel, maar ziet, gij bekomt weinig; en als gij het in huis gebracht hebt, zo blaas Ik daarin. Waarom dat? spreekt de HEERE der heirscharen; om Mijns huizes wil, hetwelk woest is, en dat gij loopt elk voor zijn eigen huis. 10Daarom onthouden zich de hemelen over u, dat er geen dauw is, en het land onthoudt zijn vruchten. 11Want Ik heb een droogte geroepen over het land, en over de bergen, en over het koren, en over den most, en over de olie, en over hetgeen de aardbodem zou voortbrengen; ook over de mensen, en over de beesten, en over allen arbeid der handen.