Gods verbond met Abram - het visioen

Het woord des HEEREN komt tot Abram in een gezicht: Vrees niet, Ik ben u een schild, uw loon zeer groot. Abram klaagt over kinderloosheid. God belooft hem een eigen zoon en talrijk nageslacht als de sterren des hemels. Abram gelooft de HEERE en het wordt hem tot gerechtigheid gerekend.

Jaar
1848 2157 BC

Personen

Verbonden

Bijbelverzen

Gen 15:1-6
1Na deze dingen geschiedde het woord des HEEREN tot Abram in een gezicht, zeggende: Vrees niet, Abram! Ik ben u een Schild, uw Loon zeer groot. 2Toen zeide Abram: Heere, HEERE! wat zult Gij mij geven, daar ik zonder kinderen heenga en de bezorger van mijn huis is deze Damaskener Eliezer? 3Voorts zeide Abram: Zie, mij hebt Gij geen zaad gegeven, en zie, de zoon van mijn huis zal mijn erfgenaam zijn! 4En ziet, het woord des HEEREN was tot hem, zeggende: Deze zal uw erfgenaam niet zijn; maar die uit uw lijf voortkomen zal, die zal uw erfgenaam zijn. 5Toen leidde Hij hem uit naar buiten, en zeide: Zie nu op naar den hemel, en tel de sterren, indien gij ze tellen kunt; en Hij zeide tot hem: Zo zal uw zaad zijn! 6En hij geloofde in den HEERE; en Hij rekende het hem tot gerechtigheid.