Gods oordeel over Salomo — het koninkrijk zal gescheurd worden
De HEERE wordt toornig over Salomo en zegt dat Hij het koninkrijk van hem zal scheuren en aan zijn knecht geven — maar niet in zijn dagen, om Davids wil, en niet geheel, maar één stam zal behouden blijven.
Jaar
2776 1229 BC
Personen
Plaatsen
Bijbelverzen
1 Kon 11:9-13
9Daarom vertoornde Zich de HEERE tegen Salomo, omdat hij zijn hart geneigd had van den HEERE, den God Israels, Die hem tweemaal verschenen was. 10En hem van deze zaak geboden had, dat hij andere goden niet zou nawandelen; doch hij hield niet, wat de HEERE geboden had. 11Daarom zeide de HEERE tot Salomo: Dewijl dit bij u geschied is, dat gij niet hebt gehouden Mijn verbond en Mijn inzettingen, die Ik u geboden heb; Ik zal gewisselijk dit koninkrijk van u scheuren, en datzelve uw knecht geven. 12In uw dagen nochtans zal Ik dat niet doen, om uws vaders Davids wil, van de hand uws zoons zal Ik het scheuren. 13Doch Ik zal het gehele koninkrijk niet afscheuren; een stam zal Ik uw zoon geven, om Mijns knechts Davids wil, en om Jeruzalems wil, dat Ik verkoren heb.