Gezicht van Cornelius; een engel zendt hem naar Petrus
Te Cesaréa is een man genaamd Cornelius, een hoofdman over honderd uit de Italiaansche bende, godvruchtig en God vreezende. Hij ziet in een gezicht omtrent de negende ure een engel Gods, die hem zegt: Zend mannen naar Joppe en ontbied Simon, die Petrus genaamd wordt.
Jaar
4040 36 AD
Personen
Bijbelverzen
Hand 10:1-8
1En er was een zeker man te Cesarea, met name Cornelius, een hoofdman over honderd, uit de bende, genaamd de Italiaanse; 2Godzalig en vrezende God, met geheel zijn huis, en doende vele aalmoezen aan het volk, en God geduriglijk biddende. 3Deze zag in een gezicht klaarlijk, omtrent de negende ure des daags, een engel Gods tot hem inkomen, en tot hem zeggende: Cornelius! 4En hij, de ogen op hem houdende, en zeer bevreesd geworden zijnde, zeide: Wat is het Heere? En hij zeide tot hem: Uw gebeden en uw aalmoezen zijn tot gedachtenis opgekomen voor God. 5En nu, zend mannen naar Joppe, en ontbied Simon, die toegenaamd wordt Petrus. 6Deze ligt te huis bij een Simon, lederbereider, die zijn huis heeft bij de zee; deze zal u zeggen, wat gij doen moet. 7En als de engel, die tot Cornelius sprak, weggegaan was, riep hij twee van zijn huisknechten, en een godzaligen krijgsknecht van degenen, die gedurig bij hem waren; 8En als hij hun alles verhaald had, zond hij hen naar Joppe.