Getuigenis van Johannes de Doper: Ik ben de Christus niet

De Joden zenden priesters en Levieten uit Jeruzalem om Johannes te vragen: Wie zijt gij? Hij belijdt en loochent niet: Ik ben de Christus niet. Zij vragen: Zijt gij Elia? Hij zegt: Ik ben het niet. Hij zegt: Ik ben de stem des roependen in de woestijn: Maakt den weg des Heeren recht.

Jaar
4030 26 AD

Personen

Bijbelverzen

Joh 1:19-28
19En dit is de getuigenis van Johannes, toen de Joden enige priesters en Levieten afzonden van Jeruzalem, opdat zij hem zouden vragen: Wie zijt gij? 20En hij beleed en loochende het niet; en beleed: Ik ben de Christus niet. 21En zij vraagden hem: Wat dan? Zijt gij Elias? En hij zeide: Ik ben die niet. Zijt gij de profeet? En hij antwoordde: Neen. 22Zij zeiden dan tot hem: Wie zijt gij? opdat wij antwoord geven mogen dengenen, die ons gezonden hebben; wat zegt gij van uzelven? 23Hij zeide: Ik ben de stem des roependen in de woestijn: Maakt den weg des Heeren recht, gelijk Jesaja, de profeet, gesproken heeft. 24En de afgezondenen waren uit de Farizeen; 25En zij vraagden hem en spraken tot hem: Waarom doopt gij dan, zo gij de Christus niet zijt, noch Elias, noch de profeet? 26Johannes antwoordde hun, zeggende: Ik doop met water, maar Hij staat midden onder ulieden, Dien gij niet kent; 27Dezelve is het, Die na mij komt, Welke voor mij geworden is, Wien ik niet waardig ben, dat ik Zijn schoenriem zou ontbinden. 28Deze dingen zijn geschied in Bethabara, over de Jordaan, waar Johannes was dopende.