Genezing van een doove met een spraakgebrek
En wederom weggegaan zijnde van de landpalen van Tyrus en Sidon, kwam Hij aan de zee van Galilea, door het midden der landpalen van Dekápolis. En zij brachten tot Hem eenen doove die zwaarlijk sprak, en baden Hem dat Hij de hand op hem legde. En Zijne vingeren in zijne ooren gestoken hebbende, en gespogen hebbende, raakte Hij zijne tong aan, en opwaarts ziende naar den hemel, zuchtte Hij en zeide tot hem: Effatha! dat is: wordt geopend! En terstond werden zijne ooren geopend en de band zijner tong werd los en hij sprak recht.
Jaar
4033 29 AD
Personen
Plaatsen
Bijbelverzen
Mar 7:31-37
31En Hij wederom weggegaan zijnde van de landpalen van Tyrus en Sidon, kwam aan de zee van Galilea, door het midden der landpalen van Dekapolis. 32En zij brachten tot Hem een dove, die zwaarlijk sprak, en baden Hem, dat Hij de hand op hem legde. 33En hem van de schare alleen genomen hebbende, stak Hij Zijn vingeren in zijn oren, en gespogen hebbende, raakte Hij zijn tong aan; 34En opwaarts ziende naar den hemel, zuchtte Hij, en zeide tot hem: Effatha! dat is: wordt geopend! 35En terstond werden zijn oren geopend, en de band zijner tong werd los, en hij sprak recht. 36En Hij gebood hunlieden, dat zij het niemand zeggen zouden; maar wat Hij hun ook gebood, zo verkondigden zij het des te meer. 37En zij ontzetten zich bovenmate zeer, zeggende: Hij heeft alles wel gedaan, en Hij maakt, dat de doven horen, en de stommen spreken.