Genezing van den kreupelen man bij de Schoone poort
Petrus en Johannes gaan op naar den tempel en vinden een man die kreupel was van zijner moeders lijf af. Petrus zegt: Zilver en goud heb ik niet, maar hetgeen ik heb, dat geef ik u: in den Naam van Jezus Christus den Nazaréner, sta op en wandel. De man springt op en wandelt.
Jaar
4034 30 AD
Plaatsen
Bijbelverzen
Hand 3:1-10
1Petrus nu en Johannes gingen te zamen op naar den tempel, omtrent de ure des gebeds, zijnde de negende ure; 2En een zeker man, die kreupel was van zijner moeders lijf, werd gedragen, welken zij dagelijks zetten aan de deur des tempels, genaamd de Schone, om een aalmoes te begeren van degenen, die in den tempel gingen; 3Welke, Petrus en Johannes ziende, als zij in den tempel zouden ingaan, bad, dat hij een aalmoes mocht ontvangen. 4En Petrus, sterk op hem ziende, met Johannes, zeide: Zie op ons. 5En hij hield de ogen op hen, verwachtende, dat hij iets van hen zou ontvangen. 6En Petrus zeide: Zilver en goud heb ik niet, maar hetgeen ik heb, dat geve ik u; in den Naam van Jezus Christus, den Nazarener, sta op en wandel! 7En hem grijpende bij de rechterhand richtte hij hem op, en terstond werden zijn voeten en enkelen vast. 8En hij, opspringende, stond en wandelde, en ging met hen in den tempel, wandelende en springende, en lovende God. 9En al het volk zag hem wandelen en God loven. 10En zij kenden hem, dat hij die was, die om een aalmoes gezeten had aan de Schone poort des tempels; en zij werden vervuld met verbaasdheid en ontzetting over hetgeen hem geschied was.