Genezing van den knecht van den hoofdman te Kapernaüm
Een Romeins hoofdman zendt Joodsche oudsten tot Jezus om hem te vragen zijn zieke knecht te genezen. Bij Lukas komt de hoofdman niet zelf, maar zendt vrienden met de boodschap: Heere, zeg het met een woord en mijn knecht zal genezen worden. Jezus verwondert Zich over zulk een groot geloof, zelfs in Israël niet gevonden.
Jaar
4032 28 AD
Personen
Plaatsen
Bijbelverzen
Luc 7:1-10
1Nadat Hij nu al Zijn woorden voleindigd had, ten aanhore des volks, ging Hij in te Kapernaum. 2En een dienstknecht van een zeker hoofdman over honderd, die hem zeer waard was, krank zijnde, lag op zijn sterven. 3En van Jezus gehoord hebbende, zond hij tot Hem de ouderlingen der Joden, Hem biddende, dat Hij wilde komen, en zijn dienstknecht gezond maken. 4Dezen nu, tot Jezus gekomen zijnde, baden Hem ernstelijk, zeggende: Hij is waardig, dat Gij hem dat doet; 5Want hij heeft ons volk lief, en heeft zelf ons de synagoge gebouwd. 6En Jezus ging met hen. En als Hij nu niet verre van het huis was, zond de hoofdman over honderd tot Hem enige vrienden, en zeide tot Hem: Heere, neem de moeite niet; want ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak zoudt inkomen. 7Daarom heb ik ook mijzelven niet waardig geacht, om tot U te komen; maar zeg het met een woord, en mijn knecht zal genezen worden. 8Want ik ben ook een mens, onder de macht van anderen gesteld, hebbende krijgsknechten onder mij, en ik zeg tot dezen: Ga, en hij gaat; en tot den anderen: Kom en hij komt; en tot mijn dienstknecht: Doe dat! en hij doet het. 9En Jezus, dit horende, verwonderde Zich over hem; en Zich omkerende, zeide tot de schare, die Hem volgde: Ik zeg ulieden: Ik heb zo groot een geloof zelfs in Israel niet gevonden. 10En die gezonden waren, wedergekeerd zijnde in het huis, vonden den kranken dienstknecht gezond.