Gelijkenis van den Farizeeër en den tollenaar

Twee menschen gaan op in den tempel om te bidden. De Farizeeër staat en bidt bij zichzelven: O God, ik dank U dat ik niet ben gelijk andere menschen. De tollenaar staat van verre, slaat op zijn borst en zegt: O God, wees mij zondaar genadig! Jezus zegt: Deze ging af gerechtvaardigd in zijn huis meer dan gene.

Jaar
4034 30 AD

Personen

Plaatsen

Bijbelverzen

Luc 18:9-14
9En Hij zeide ook tot sommigen, die bij zichzelven vertrouwden, dat zij rechtvaardig waren, en de anderen niets achtten, deze gelijkenis: 10Twee mensen gingen op in den tempel om te bidden, de een was een Farizeer, en de ander een tollenaar. 11De Farizeer, staande, bad dit bij zichzelven: O God! ik dank U, dat ik niet ben gelijk de anderen mensen, rovers, onrechtvaardigen, overspelers; of ook gelijk deze tollenaar. 12Ik vast tweemaal per week; ik geef tienden van alles, wat ik bezit. 13En de tollenaar, van verre staande, wilde ook zelfs de ogen niet opheffen naar den hemel, maar sloeg op zijn borst, zeggende: O God! wees mij zondaar genadig! 14Ik zeg ulieden: Deze ging af gerechtvaardigd in zijn huis, meer dan die; want een ieder, die zichzelven verhoogt, zal vernederd worden, en die zichzelven vernedert, zal verhoogd worden.