Gelijkenis van de tien maagden
Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan tien maagden die haar lampen namen en uitgingen den bruidegom tegemoet. Vijf waren wijs en vijf dwaas. De dwaze namen geen olie mede. Als de bruidegom komt, zijn de wijze gereed, maar de dwaze moeten olie gaan kopen. De deur wordt gesloten: Ik ken u niet.
Jaar
4034 30 AD
Personen
Plaatsen
Bijbelverzen
Mat 25:1-13
1Alsdan zal het Koninkrijk der hemelen gelijk zijn aan tien maagden, welke haar lampen namen, en gingen uit, den bruidegom tegemoet. 2En vijf van haar waren wijzen, en vijf waren dwazen. 3Die dwaas waren, haar lampen nemende, namen geen olie met zich. 4Maar de wijzen namen olie in haar vaten, met haar lampen. 5Als nu de bruidegom vertoefde, werden zij allen sluimerig, en vielen in slaap. 6En ter middernacht geschiedde een geroep: Ziet, de bruidegom komt, gaat uit hem tegemoet! 7Toen stonden al die maagden op, en bereidden haar lampen. 8En de dwazen zeiden tot de wijzen: Geeft ons van uw olie; want onze lampen gaan uit. 9Doch de wijzen antwoordden, zeggende: Geenszins, opdat er misschien voor ons en voor u niet genoeg zij; maar gaat liever tot de verkopers, en koopt voor uzelven. 10Als zij nu heengingen om te kopen, kwam de bruidegom; en die gereed waren, gingen met hem in tot de bruiloft, en de deur werd gesloten. 11Daarna kwamen ook de andere maagden, zeggende: Heer, heer, doe ons open! 12En hij, antwoordende, zeide: Voorwaar zeg ik u: Ik ken u niet. 13Zo waakt dan; want gij weet den dag niet, noch de ure, in welke de Zoon des mensen komen zal.