Gebod tot oprichting van stenen op de berg Ebal

Mozes gebiedt het volk: op de dag dat zij over de Jordaan trekken, moeten zij grote stenen oprichten op den berg Ebal, ze met kalk bestrijken en alle woorden dezer wet daarop schrijven. Ook moeten zij een altaar van onbehouwen stenen bouwen en daarop brandoffers en dankoffers offeren.

Jaar
2310 1695 BC

Personen

Plaatsen

Bijbelverzen

Deut 27:1-8
1En Mozes, te zamen met de oudsten van Israel, gebood het volk, zeggende: Behoudt al deze geboden, die ik ulieden heden gebiede. 2Het zal dan geschieden, ten dage als gij over de Jordaan zult gegaan zijn in het land, dat u de HEERE, uw God, geven zal, zo zult gij u grote stenen oprichten, en bestrijken ze met kalk; 3En gij zult daarop schrijven alle woorden dezer wet, als gij overgegaan zult zijn; opdat gij komt in het land, dat de HEERE, uw God, u geven zal, een land vloeiende van melk en honig, gelijk als de HEERE, uwer vaderen God, tot u gesproken heeft. 4Het zal dan geschieden, als gij over de Jordaan gegaan zult zijn, dat gij dezelve stenen, van dewelke ik u heden gebiede, zult oprichten op den berg Ebal, en gij zult ze met kalk bestrijken; 5En gij zult aldaar den HEERE, uw God, een altaar bouwen, een altaar van stenen; gij zult geen ijzer over hetzelve bewegen. 6Van gehele stenen zult gij het altaar des HEEREN, uws Gods, bouwen, en gij zult den HEERE, uw God, brandofferen daarop offeren. 7Ook zult gij dankofferen offeren, en zult aldaar eten, en vrolijk zijn voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods. 8En gij zult op deze stenen schrijven alle woorden dezer wet, die wel uitdrukkende.