Farizeeën vragen om een teken — zuurdesem der Farizeeën
En de Farizeeën kwamen uit en begonnen met Hem te twisten, begeerende van Hem een teeken van den hemel, Hem verzoekende. En Hij, zwaarlijk zuchtende in Zijnen geest, zeide: Wat begeert dit geslacht een teeken? Voorwaar Ik zeg u: Zoo aan dit geslacht een teeken gegeven zal worden! En Hij gebood hen: Ziet toe, wacht u van den zuurdeesem der Farizeeën en van den zuurdeesem van Herodes.
Jaar
4033 29 AD
Personen
Bijbelverzen
Mar 8:11-21
11En de Farizeen gingen uit, en begonnen met Hem te twisten, begerende van Hem een teken van den hemel, Hem verzoekende. 12En Hij, zwaarlijk zuchtende in Zijn geest, zeide: Wat begeert dit geslacht een teken? Voorwaar, Ik zeg u: Zo aan dit geslacht een teken gegeven zal worden! 13En Hij verliet hen, en wederom in het schip gegaan zijnde, voer Hij weg naar de andere zijde. 14En Zijn discipelen hadden vergeten brood mede te nemen, en hadden niet dan een brood met zich in het schip. 15En Hij gebood hun, zeggende: Ziet toe, wacht u van den zuurdesem der Farizeen, en van den zuurdesem van Herodes. 16En zij overlegden onder elkander, zeggende: Het is, omdat wij geen broden hebben. 17En Jezus, dat bekennende, zeide tot hen: Wat overlegt gij, dat gij geen broden hebt? Bemerkt gij nog niet, en verstaat gij niet, hebt gij nog uw verharde hart? 18Ogen hebbende, ziet gij niet? En oren hebbende, hoort gij niet? 19En gedenkt gij niet, toen Ik de vijf broden brak onder de vijf duizend mannen, hoeveel volle korven met brokken gij opnaamt? Zij zeiden Hem: Twaalf. 20En toen Ik de zeven brak onder de vier duizend mannen, hoeveel volle manden met brokken gij opnaamt? En zij zeiden: Zeven. 21En Hij zeide tot hen: Hoe verstaat gij niet?