Eerste tempelreiniging

Jezus gaat op naar Jeruzalem voor het Pascha en vindt in den tempel ossenverkoopers, schaapverkoopers en duivenverkoopers en de wisselaars. Hij maakt een geesel van touwtjes en drijft hen allen uit den tempel en zegt: Maakt niet het huis Mijns Vaders tot een huis van koophandel. De Joden vragen: Welk teeken toont Gij ons? Jezus antwoordt: Breekt dezen tempel en in drie dagen zal Ik denzelven oprichten.

Jaar
4031 27 AD

Personen

Plaatsen

Bijbelverzen

Joh 2:13-22
13En het pascha der Joden was nabij, en Jezus ging op naar Jeruzalem. 14En Hij vond in den tempel, die ossen, en schapen, en duiven verkochten, en de wisselaars daar zittende. 15En een gesel van touwtjes gemaakt hebbende, dreef Hij ze allen uit den tempel, ook de schapen en de ossen; en het geld der wisselaren stortte Hij uit, en keerde de tafelen om. 16En Hij zeide tot degenen, die de duiven verkochten: Neemt deze dingen van hier weg; maakt niet het huis Mijns Vaders tot een huis van koophandel. 17En Zijn discipelen werden indachtig, dat er geschreven is: De ijver van Uw huis heeft mij verslonden. 18De Joden antwoordden dan, en zeiden tot Hem: Wat teken toont Gij ons, dat Gij deze dingen doet? 19Jezus antwoordde en zeide tot hen: Breekt dezen tempel, en in drie dagen zal Ik denzelven oprichten. 20De Joden zeiden dan: Zes en veertig jaren is over dezen tempel gebouwd, en Gij, zult Gij dien in drie dagen oprichten? 21Maar Hij zeide dit van den tempel Zijns lichaams. 22Daarom, als Hij opgestaan was van de doden, werden Zijn discipelen gedachtig, dat Hij dit tot hen gezegd had, en zij geloofden de Schrift, en het woord, dat Jezus gesproken had.