Dood van Jozua

Jozua, de zoon van Nun, de knecht des HEEREN, sterft honderd en tien jaren oud. Men begraaft hem in het gebied zijns erfdeels te Timnath-Heres, op het gebergte van Efraïm.

Jaar
2335 1670 BC

Personen

Bijbelverzen

Recht 2:6-9
6Als Jozua het volk had laten gaan, zo waren de kinderen Israels heengegaan, een ieder tot zijn erfdeel, om het land erfelijk te bezitten. 7En het volk diende den HEERE, al de dagen van Jozua, en al de dagen der oudsten, die lang geleefd hadden na Jozua; die gezien hadden al dat grote werk des HEEREN, dat Hij aan Israel gedaan had. 8Maar als Jozua, de zoon van Nun, de knecht des HEEREN, gestorven was, honderd en tien jaren oud zijnde; 9En zij hem begraven hadden in de landpale zijns erfdeels, te Timnath-Heres, op een berg van Efraim, tegen het noorden van den berg Gaas;