Dood van Abimelech te Thebez
Abimelech trekt op tegen Thebez en neemt het in. Als hij de toren nadert om die in brand te steken, werpt een vrouw een bovensten molensteen op zijn hoofd en verbreekt zijn hersenpan. Hij laat zich door zijn wapendrager doorsteken om de schande te vermijden door een vrouw te zijn gedood.
Jaar
2615 1390 BC
Personen
Plaatsen
Bijbelverzen
Recht 9:50-57
50Voorts toog Abimelech naar Thebez, en hij legerde zich tegen Thebez, en nam haar in. 51Doch er was een sterke toren in het midden der stad; zo vloden daarheen al de mannen en de vrouwen, en alle burgers van de stad, en sloten voor zich toe; en zij klommen op het dak des torens. 52Toen kwam Abimelech tot aan den toren, en bestormde dien; en hij genaakte tot aan de deur des torens, om dien met vuur te verbranden. 53Maar een vrouw wierp een stuk van een molensteen op Abimelechs hoofd; en zij verpletterde zijn hersenpan. 54Toen riep hij haastelijk den jongen, die zijn wapenen droeg, en zeide tot hem: Trek uw zwaard uit, en dood mij, opdat zij niet van mij zeggen: Een vrouw heeft hem gedood. En zijn jongen doorstak hem, dat hij stierf. 55Als nu de mannen van Israel zagen, dat Abimelech dood was, zo gingen zij een iegelijk naar zijn plaats. 56Alzo deed God wederkeren heet kwaad van Abimelech, dat hij aan zijn vader gedaan had, dodende zijn zeventig broederen. 57Desgelijks al het kwaad der lieden van Sichem deed God wederkeren op hun hoofd; en de vloek van Jotham, den zoon van Jerubbaal, kwam over hen.