Debora roept Barak op tot de strijd

Debora zendt boodschap tot Barak, de zoon van Abinoam, te Kedes-Naftali, en zegt hem dat de HEERE gebiedt tienduizend man van Naftali en Zebulon te verzamelen naar de berg Thabor. Barak weigert te gaan tenzij Debora meegaat. Zij gaat mee, maar profeteert dat de eer van de overwinning aan een vrouw zal toevallen.

Jaar
2525 1480 BC

Personen

Bijbelverzen

Recht 4:6-10
6En zij zond heen en riep Barak, den zoon van Abinoam, van Kedes-Nafthali; en zij zeide tot hem: Heeft de HEERE, de God Israels, niet geboden: Ga heen en trek op den berg Thabor, en neem met u tien duizend man, van de kinderen van Nafthali, en van de kinderen van Zebulon? 7En Ik zal aan de beek Kison tot u trekken Sisera, den krijgsoverste van Jabin, met zijn wagenen en zijn menigte; en Ik zal hem in uw hand geven? 8Toen zeide Barak tot haar: Indien gij met mij trekken zult, zo zal ik heen trekken; maar indien gij niet met mij zult trekken, zo zal ik niet trekken. 9En zij zeide: Ik zal zekerlijk met u trekken, behalve dat de eer de uwe niet zal zijn op dezen weg, dien gij wandelt; want de HEERE zal Sisera verkopen in de hand ener vrouw. Alzo maakte Debora zich op, en toog met Barak naar Kedes. 10Toen riep Barak Zebulon en Nafthali bijeen te Kedes, en hij toog op, op zijn voeten, met tien duizend man; ook toog Debora met hem op.