De vrouw en de draak

Een groot teken in den hemel: een vrouw bekleed met de zon, de maan onder haar voeten en een kroon van twaalf sterren op haar hoofd. Zij was bevrucht en baarde een mannelijken zoon die alle heidenen zou hoeden met een ijzeren roede. De grote rode draak met zeven hoofden stond om haar kind te verslinden, maar het werd weggerukt tot God.

Jaar
4099 95 AD

Personen

Plaatsen

Bijbelverzen

Openb 12:1-6
1En er werd een groot teken gezien in den hemel; namelijk een vrouw, bekleed met de zon; en de maan was onder haar voeten, en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren; 2En zij was zwanger, en riep, barensnood hebbende, en zijnde in pijn om te baren. 3En er werd een ander teken gezien in den hemel; en ziet, er was een grote rode draak, hebbende zeven hoofden, en tien hoornen, en op zijn hoofden zeven koninklijke hoeden. 4En zijn staart trok het derde deel der sterren des hemels, en wierp die op de aarde. En de draak stond voor de vrouw, die baren zou, opdat hij haar kind zou verslinden, wanneer zij het zou gebaard hebben. 5En zij baarde een mannelijken zoon, die al de heidenen zou hoeden met een ijzeren roede; en haar kind werd weggerukt tot God en Zijn troon. 6En de vrouw vluchtte in de woestijn, alwaar zij een plaats had, haar van God bereid, opdat zij haar aldaar zouden voeden duizend tweehonderd zestig dagen.