De tempelreiniging

Jezus gaat in den tempel Gods en drijft uit allen die in den tempel verkochten en kochten, en keert de tafelen der wisselaars om en de zitstoelen dergenen die de duiven verkochten. Hij zegt: Er is geschreven: Mijn huis zal een huis des gebeds genaamd worden, maar gij hebt het tot een moordenaarskuil gemaakt.

Jaar
4034 30 AD

Personen

Plaatsen

Bijbelverzen

Mat 21:12-17
12En Jezus ging in den tempel Gods, en dreef uit allen, die verkochten en kochten in den tempel, en keerde om de tafelen der wisselaars, en de zitstoelen dergenen, die de duiven verkochten. 13En Hij zeide tot hen: Er is geschreven: Mijn huis zal een huis des gebeds genaamd worden; maar gij hebt dat tot een moordenaarskuil gemaakt. 14En er kwamen blinden en kreupelen tot Hem in den tempel, en Hij genas dezelve. 15Als nu de overpriesters en Schriftgeleerden zagen de wonderheden, die Hij deed, en de kinderen, roepende in den tempel, en zeggende: Hosanna den Zone Davids! namen zij dat zeer kwalijk; 16En zeiden tot Hem: Hoort Gij wel, wat dezen zeggen? En Jezus zeide tot hen: Ja; hebt gij nooit gelezen: Uit de mond der jonge kinderen en der zuigelingen hebt Gij U lof toebereid? 17En hen verlatende, ging Hij van daar uit de stad, naar Bethanie, en overnachtte aldaar.