De spijziging der vijfduizend
Jezus wijkt uit naar een woeste plaats. De scharen volgen Hem te voet. Hij geneest hun kranken. Als het avond wordt, vermenigvuldigt Hij vijf broden en twee vissen om vijfduizend mannen te spijzigen, behalve vrouwen en kinderen. Twaalf korven vol brokken blijven over.
Jaar
4033 29 AD
Personen
Bijbelverzen
Mat 14:13-21
13En als Jezus dit hoorde, vertrok Hij van daar te scheep, naar een woeste plaats alleen; en de scharen, dat horende, zijn Hem te voet gevolgd uit de steden. 14En Jezus uitgaande, zag een grote schare, en werd innerlijk met ontferming over hen bewogen, en genas hun kranken. 15En als het nu avond werd, kwamen Zijn discipelen tot Hem, zeggende: Deze plaats is woest, en de tijd is nu voorbijgegaan; laat de scharen van U, opdat zij heengaan in de vlekken en zichzelven spijs kopen. 16Maar Jezus zeide tot hen: Het is hun niet van node heen te gaan, geeft gij hun te eten. 17Doch zij zeiden tot Hem: Wij hebben hier niet, dan vijf broden en twee vissen. 18En Hij zeide: Brengt Mij dezelve hier. 19En Hij beval de scharen neder te zitten op het gras, en nam de vijf broden en de twee vissen, en opwaarts ziende naar den hemel, zegende dezelve; en als Hij ze gebroken had, gaf Hij de broden den discipelen, en de discipelen aan de scharen. 20En zij aten allen en werden verzadigd, en zij namen op, het overschot der brokken, twaalf volle korven. 21Die nu gegeten hadden, waren omtrent vijf duizend mannen, zonder de vrouwen en kinderen.