De spijziging der vierduizend
Jezus roept Zijn discipelen en zegt: Ik word innerlijk met ontferming bewogen over de schare, want zij zijn nu drie dagen bij Mij gebleven en hebben niet te eten. Hij vermenigvuldigt zeven broden en enige visjes om vierduizend mannen te voeden. Zeven manden vol blijven over.
Jaar
4033 29 AD
Personen
Plaatsen
Bijbelverzen
Mat 15:32-39
32En Jezus, Zijn discipelen tot Zich geroepen hebbende, zeide: Ik word innerlijk met ontferming bewogen over de schare, omdat zij nu drie dagen bij Mij gebleven zijn, en hebben niet wat zij eten zouden; en Ik wil hen niet nuchteren van Mij laten, opdat zij op den weg niet bezwijken. 33En Zijn discipelen zeiden tot Hem: Van waar zullen wij zovele broden in de woestijn bekomen, dat wij zulk een grote schare zouden verzadigen? 34En Jezus zeide tot hen: Hoevele broden hebt gij? Zij zeiden: Zeven, en weinige visjes. 35En Hij gebood den scharen neder te zitten op de aarde. 36En Hij nam de zeven broden en de vissen, en als Hij gedankt had, brak Hij ze, en gaf ze Zijn discipelen; en de discipelen gaven ze aan de schare. 37En zij aten allen en werden verzadigd, en zij namen op, het overschot der brokken, zeven volle manden. 38En die daar gegeten hadden, waren vier duizend mannen, zonder de vrouwen en kinderen. 39En de scharen van Zich gelaten hebbende, ging Hij in het schip, en kwam in de landpalen van Magdala.