De soldaat doorsteekt Jezus' zijde
De Joden vragen Pilatus de beenen te breken opdat de lichamen niet op den sabbat aan het kruis blijven. De soldaten breken de beenen van de twee anderen, maar als zij bij Jezus komen, zien zij dat Hij al gestorven is. Eén der soldaten doorsteekt Zijn zijde met een speer en terstond komt er bloed en water uit. Johannes getuigt dat hij dit gezien heeft.
Jaar
4034 30 AD
Personen
Plaatsen
Bijbelverzen
Joh 19:31-37
31De Joden dan, opdat de lichamen niet aan het kruis zouden blijven op den sabbat, dewijl het de voorbereiding was (want die dag des sabbats was groot), baden Pilatus, dat hun benen zouden gebroken, en zij weggenomen worden. 32De krijgsknechten dan kwamen, en braken wel de benen des eersten, en des anderen, die met Hem gekruist was; 33Maar komende tot Jezus, als zij zagen, dat Hij nu gestorven was, zo braken zij Zijn benen niet. 34Maar een der krijgsknechten doorstak Zijn zijde met een speer, en terstond kwam er bloed en water uit. 35En die het gezien heeft, die heeft het getuigd, en zijn getuigenis is waarachtig; en hij weet, dat hij zegt, hetgeen waar is, opdat ook gij geloven moogt. 36Want deze dingen zijn geschied, opdat de Schrift vervuld worde: Geen been van Hem zal verbroken worden. 37En wederom zegt een andere Schrift: Zij zullen zien, in Welken zij gestoken hebben.