De onthoofding van Johannes de Doper

Herodes Antipas had Johannes gevangengezet vanwege Herodias. Op Herodes' verjaardag danst de dochter van Herodias en behaagt hem. Op instigatie van haar moeder vraagt zij het hoofd van Johannes op een schotel. Herodes wordt bedroefd maar geeft bevel, en Johannes wordt onthoofd in de gevangenis.

Jaar
4032 28 AD

Personen

Bijbelverzen

Mat 14:1-12
1Te dierzelver tijd hoorde Herodes, de viervorst, het gerucht van Jezus; 2En zeide tot zijn knechten: Deze is Johannes de Doper; hij is opgewekt van de doden, en daarom werken die krachten in Hem. 3Want Herodes had Johannes gevangen genomen, en hem gebonden, en in den kerker gezet, om Herodias' wil, de huisvrouw van Filippus, zijn broeder. 4Want Johannes zeide tot hem: Het is u niet geoorloofd haar te hebben. 5En willende hem doden, vreesde hij het volk, omdat zij hem hielden voor een profeet. 6Maar als de dag der geboorte van Herodes gehouden werd, danste de dochter van Herodias in het midden van hen, en zij behaagde aan Herodes. 7Waarom hij haar met ede beloofde te geven, wat zij ook eisen zou. 8En zij, te voren onderricht zijnde van haar moeder, zeide: Geef mij hier in een schotel het hoofd van Johannes den Doper. 9En de koning werd bedroefd; doch om de eden, en degenen, die met hem aanzaten, gebood hij, dat het haar zou gegeven worden; 10En zond heen, en onthoofdde Johannes in den kerker. 11En zijn hoofd werd gebracht in een schotel, en het dochtertje gegeven; en zij droeg het tot haar moeder. 12En zijn discipelen kwamen, en namen het lichaam weg, en begroeven hetzelve; en gingen en boodschapten het Jezus.