De grote storm op zee

De HEERE werpt een groten wind op de zee zodat het schip dreigt te breken. De zeelieden vrezen en werpen de lading in zee. Jona slaapt beneden in het schip. De schipper wekt hem en maant hem tot bidden.

Jaar
2899 1106 BC

Personen

Bijbelverzen

Jona 1:4-6
4Maar de HEERE wierp een groten wind op de zee; en er werd een grote storm in de zee, zodat het schip dacht te breken. 5Toen vreesden de zeelieden, en riepen een iegelijk tot zijn god, en wierpen de vaten, die in het schip waren, in de zee, om het van dezelve te verlichten; maar Jona was nedergegaan aan de zijden van het schip, en lag neder, en was met een diepen slaap bevangen. 6En de opperschipper naderde tot hem, en zeide tot hem: Wat is u, gij hardslapende? Sta op, roep tot uw God, misschien zal die God aan ons gedenken, dat wij niet vergaan.