De Engel des HEEREN te Bochim

De Engel des HEEREN komt van Gilgal op naar Bochim en bestraft Israël omdat zij een verbond gesloten hebben met de inwoners des lands en hun altaren niet afgebroken hebben. Het volk weent en offert den HEERE.

Jaar
2341 1664 BC

Plaatsen

Bijbelverzen

Recht 2:1-5
1En een Engel des HEEREN kwam opwaarts van Gilgal tot Bochim, en Hij zeide: Ik heb ulieden uit Egypte opgevoerd, en u gebracht in het land, dat Ik uw vaderen gezworen heb, en gezegd: Ik zal Mijn verbond met ulieden niet verbreken in eeuwigheid. 2En ulieden aangaande, gij zult geen verbond maken met de inwoners dezes lands; hun altaren zult gij afbreken. Maar gij zijt Mijner stem niet gehoorzaam geweest; waarom hebt gij dit gedaan? 3Daarom heb Ik ook gezegd: Ik zal hen voor uw aangezicht niet uitdrijven; maar zij zullen u aan de zijden zijn, en hun goden zullen u tot een strik zijn. 4En het geschiedde, als de Engel des HEEREN deze woorden tot alle kinderen Israels gesproken had, zo hief het volk zijn stem op en weende. 5Daarom noemden zij den naam dier plaats Bochim; en zij offerden aldaar den HEERE.