De eerste discipelen volgen Jezus

Twee discipelen van Johannes horen hem zeggen: Zie het Lam Gods, en volgen Jezus. Eén van hen is Andreas, die eerst zijn broeder Simon vindt en zegt: Wij hebben den Messias gevonden. Jezus ziet Simon aan en zegt: Gij zijt Simon, de zoon van Jonas; gij zult Cefas genaamd worden.

Jaar
4031 27 AD

Personen

Bijbelverzen

Joh 1:35-42
35Des anderen daags wederom stond Johannes, en twee uit zijn discipelen. 36En ziende op Jezus, daar wandelende, zeide hij: Ziet, het Lam Gods! 37En die twee discipelen hoorden hem dat spreken, en zij volgden Jezus. 38En Jezus Zich omkerende, en ziende hen volgen, zeide tot hen: 39Wat zoekt gij? En zij zeiden tot Hem: Rabbi! (hetwelk is te zeggen, overgezet zijnde, Meester) waar woont Gij? 40Hij zeide tot hen: Komt en ziet! Zij kwamen en zagen, waar Hij woonde, en bleven dien dag bij Hem. En het was omtrent de tiende ure. 41Andreas, de broeder van Simon Petrus, was een van de twee, die het van Johannes gehoord hadden, en Hem gevolgd waren. 42Deze vond eerst zijn broeder Simon, en zeide tot hem: Wij hebben gevonden den Messias, hetwelk is, overgezet zijnde, de Christus.