De Danieten veroveren Laïs en stichten Dan

De Danieten trekken op naar Laïs, een stil en zorgeloos volk. Zij slaan hen met de scherpte des zwaards, verbranden de stad en herbouwen haar, en noemen haar Dan. Zij richten het gesneden beeld op en Jonathan, de zoon van Gersom, de zoon van Manasse, en zijn zonen zijn priesters voor de stam Dan.

Jaar
2661 1344 BC

Personen

Plaatsen

Dan

Bijbelverzen

Recht 18:27-31
27Zij dan namen wat Micha gemaakt had, en den priester, die hij gehad had, en kwamen te Lais, tot een stil en zeker volk, en sloegen hen met de scherpte des zwaards, en de stad verbrandden zij met vuur. 28En er was niemand, die hen verloste; want zij was verre van Sidon, en zij hadden niets met enigen mens te doen; en zij lag in het dal, dat bij Beth-Rechob is. Daarna herbouwden zij de stad, en woonden daarin. 29En zij noemden den naam der stad Dan, naar den naam huns vaders Dan, die aan Israel geboren was; hoewel de naam dezer stad te voren Lais was. 30En de kinderen van Dan richtten voor zich dat gesneden beeld op; en Jonathan, de zoon van Gersom, den zoon van Manasse, hij en zijn zonen waren priesters voor den stam der Danieten, tot den dag toe, dat het land gevankelijk is weggevoerd. 31Alzo stelden zij onder zich het gesneden beeld van Micha, dat hij gemaakt had, al de dagen, dat het huis Gods te Silo was.