De bruiloft te Kana — water wordt wijn

Op den derden dag is er eene bruiloft te Kana in Galiléa. Als de wijn ontbreekt, zegt Maria tot Jezus: Zij hebben geen wijn. Jezus gebiedt de dienaars zes steenen watervaten te vullen met water. Het water wordt de beste wijn. Dit beginsel der teekenen heeft Jezus gedaan te Kana en heeft Zijne heerlijkheid geopenbaard, en Zijne discipelen geloofden in Hem.

Jaar
4031 27 AD

Personen

Plaatsen

Bijbelverzen

Joh 2:1-11
1En op den derden dag was er een bruiloft te Kana in Galilea; en de moeder van Jezus was aldaar. 2En Jezus was ook genood, en Zijn discipelen, tot de bruiloft. 3En als er wijn ontbrak, zeide de moeder van Jezus tot Hem: Zij hebben geen wijn. 4Jezus zeide tot haar: Vrouw, wat heb Ik met u te doen? Mijn ure is nog niet gekomen. 5Zijn moeder zeide tot de dienaars: Zo wat Hij ulieden zal zeggen, doet dat. 6En aldaar waren zes stenen watervaten gesteld, naar de reiniging der Joden, elk houdende twee of drie metreten. 7Jezus zeide tot hen: Vult de watervaten met water. En zij vulden ze tot boven toe. 8En Hij zeide tot hen: Schept nu, en draagt het tot den hofmeester; en zij droegen het. 9Als nu de hofmeester het water, dat wijn geworden was, geproefd had (en hij wist niet, van waar de wijn was; maar de dienaren, die het water geschept hadden, wisten het), zo riep de hofmeester den bruidegom. 10En zeide tot hem: Alle man zet eerst den goeden wijn op, en wanneer men wel gedronken heeft, alsdan den minderen; maar gij hebt den goeden wijn tot nu toe bewaard. 11Dit beginsel der tekenen heeft Jezus gedaan te Kana in Galilea, en heeft Zijn heerlijkheid geopenbaard; en Zijn discipelen geloofden in Hem.