De bespotting en geseling van Jezus

De krijgsknechten nemen Jezus in het rechthuis en vergaderen de gehele bende. Zij trekken Hem een scharlaken mantel aan, vlechten een kroon van doornen en zetten die op Zijn hoofd, geven Hem een rietstok en bespotten Hem: Wees gegroet, Gij Koning der Joden! Zij bespuwen Hem en slaan Hem op het hoofd.

Jaar
4034 30 AD

Personen

Plaatsen

Bijbelverzen

Mat 27:27-31
27Toen namen de krijgsknechten des stadhouders Jezus met zich in het rechthuis, en vergaderden over Hem de ganse bende. 28En als zij Hem ontkleed hadden, deden zij Hem een purperen mantel om; 29En een kroon van doornen gevlochten hebbende, zetten die op Zijn hoofd, en een rietstok in Zijn rechter hand; en vallende op hun knieen voor Hem, bespotten zij Hem, zeggende: Wees gegroet, Gij Koning der Joden! 30En op Hem gespogen hebbende, namen zij de rietstok en sloegen op Zijn hoofd. 31En toen zij Hem bespot hadden, deden zij Hem den mantel af, en deden Hem Zijn klederen aan, en leidden Hem heen om te kruisigen.