De Bergrede — de Zaligsprekingen
Jezus ziet de scharen en klimt op den berg, en als Hij nedergezeten is komen Zijn discipelen tot Hem. Hij opent Zijn mond en leert hen de zaligsprekingen: Zalig zijn de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
Jaar
4031 27 AD
Personen
Bijbelverzen
Mat 5:1-12
1En Jezus, de schare ziende, is geklommen op een berg, en als Hij nedergezeten was, kwamen Zijn discipelen tot Hem. 2En Zijn mond geopend hebbende, leerde Hij hen, zeggende: 3Zalig zijn de armen van geest; want hunner is het Koninkrijk der hemelen. 4Zalig zijn die treuren; want zij zullen vertroost worden. 5Zalig zijn de zachtmoedigen; want zij zullen het aardrijk beerven. 6Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; want zij zullen verzadigd worden. 7Zalig zijn de barmhartigen; want hun zal barmhartigheid geschieden. 8Zalig zijn de reinen van hart; want zij zullen God zien. 9Zalig zijn de vreedzamen; want zij zullen Gods kinderen genaamd worden. 10Zalig zijn die vervolgd worden om der gerechtigheid wil; want hunner is het Koninkrijk der hemelen. 11Zalig zijt gij, als u de mensen smaden, en vervolgen, en liegende alle kwaad tegen u spreken, om Mijnentwil. 12Verblijdt en verheugt u; want uw loon is groot in de hemelen; want alzo hebben zij vervolgd de profeten, die voor u geweest zijn.