De begrafenis van Jezus door Jozef van Arimathea

Jozef van Arimathea, een rijk man en discipel van Jezus, vraagt Pilatus om het lichaam. Hij wikkelt het in een rein fijn lijnwaad en legt het in zijn nieuw graf dat hij in de rotssteen had uitgehouwen. Hij wentelt een groten steen voor de deur des grafs.

Jaar
4034 30 AD

Personen

Plaatsen

Bijbelverzen

Mat 27:57-61
57En als het avond geworden was, kwam een rijk man van Arimathea, met name Jozef, die ook zelf een discipel van Jezus was. 58Deze kwam tot Pilatus, en begeerde het lichaam van Jezus. Toen beval Pilatus, dat hem het lichaam gegeven zou worden. 59En Jozef, het lichaam nemende, wond hetzelve in een zuiver fijn lijnwaad. 60En legde dat in zijn nieuw graf, hetwelk hij in een steenrots uitgehouwen had; en een grote steen tegen de deur des grafs gewenteld hebbende, ging hij weg. 61En aldaar was Maria Magdalena, en de andere Maria, zittende tegenover het graf.