De ark in de tempel van Dagon te Asdod
De Filistijnen plaatsen de ark in de tempel van Dagon te Asdod. De volgende morgen is Dagon op zijn aangezicht gevallen voor de ark. Zij zetten hem terug, maar de volgende morgen is Dagon weer gevallen: zijn hoofd en beide handen zijn afgehouwen op de drempel.
Jaar
2662 1343 BC
Bijbelverzen
1 Sam 5:1-5
1De Filistijnen nu namen de ark Gods, en zij brachten ze van Eben-Haezer tot Asdod. 2En de Filistijnen namen de ark Gods, en zij brachten ze in het huis van Dagon, en stelden ze bij Dagon. 3Maar als die van Asdod des anderen daags vroeg opstonden, ziet, zo was Dagon op zijn aangezicht ter aarde gevallen voor de ark des HEEREN. En zij namen Dagon en zetten hem weder op zijn plaats. 4Toen zij nu des anderen daags des morgens vroeg opstonden, ziet, Dagon lag op zijn aangezicht ter aarde gevallen voor de ark des HEEREN; maar het hoofd van Dagon, en de beide palmen zijner handen afgehouwen, aan den dorpel; alleenlijk was Dagon daarop overgebleven. 5Daarom treden de priesters van Dagon, en allen, die in het huis van Dagon komen, niet op den dorpel van Dagon te Asdod, tot op dezen dag.