Brief aan de gemeente te Laodicea
Christus bestraft Laodicea: zij is noch koud noch heet maar lauw, en Hij zal haar uit Zijn mond spuwen. Zij meent rijk te zijn maar is ellendig, jammerlijk, arm, blind en naakt. Hij raadt aan goud te kopen in het vuur beproefd. Zie, Hij staat aan de deur en klopt.
Jaar
4099 95 AD
Personen
Plaatsen
Bijbelverzen
Openb 3:14-22
14En schrijf aan den engel van de Gemeente der Laodicensen: Dit zegt de Amen, de trouwe, en waarachtige Getuige, het Begin der schepping Gods: 15Ik weet uw werken, dat gij noch koud zijt, noch heet; och, of gij koud waart, of heet! 16Zo dan, omdat gij lauw zijt, en noch koud noch heet, Ik zal u uit Mijn mond spuwen. 17Want gij zegt: Ik ben rijk, en verrijkt geworden, en heb geens dings gebrek; en gij weet niet, dat gij zijt ellendig, en jammerlijk, en arm, en blind, en naakt. 18Ik raad u dat gij van Mij koopt goud, beproefd komende uit het vuur, opdat gij rijk moogt worden; en witte klederen, opdat gij moogt bekleed worden, en de schande uwer naaktheid niet geopenbaard worde; en zalf uw ogen met ogenzalf, opdat gij zien moogt. 19Zo wie Ik liefheb, die bestraf en kastijd Ik; wees dan ijverig, en bekeer u. 20Zie, Ik sta aan de deur, en Ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen, en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen, en Ik zal met hem avondmaal houden, en hij met Mij. 21Die overwint, Ik zal hem geven met Mij te zitten in Mijn troon, gelijk als Ik overwonnen heb, en ben gezeten met Mijn Vader in Zijn troon. 22Die oren heeft, die hore, wat de Geest tot de Gemeenten zegt.