Bekering van Onesimus door Paulus in de gevangenis
Paulus schrijft aan Filemon over Onesimus, die hij in zijn banden heeft geteeld. Onesimus was eertijds Filemon onnut maar is nu zowel Filemon als Paulus nuttig geworden. Paulus zendt hem terug en smeekt Filemon hem als een geliefden broeder te ontvangen.
Jaar
4065 61 AD
Plaatsen
Bijbelverzen
Filem 1:10-19
10Ik bid u dan voor mijn zoon, denwelken ik in mijn banden heb geteeld, namelijk Onesimus; 11Die eertijds u onnut was, maar nu u en mij zeer nuttig; denwelken ik wedergezonden heb; 12Doch gij, neem hem, dat is mijn ingewanden, weder aan; 13Denwelken ik wel had willen bij mij behouden, opdat hij mij voor u dienen zou in de banden des Evangelies. 14Maar ik heb zonder uw goedvinden niets willen doen, opdat uw goeddadigheid niet zou zijn als naar bedwang, maar naar vrijwilligheid. 15Want veellicht is hij daarom voor een kleinen tijd van u gescheiden geweest, opdat gij hem eeuwig zoudt weder hebben. 16Nu voortaan niet als een dienstknecht, maar meer dan een dienstknecht, namelijk een geliefden broeder, inzonderheid mij, hoeveel te meer dan u, beide in het vlees en in den Heere. 17Indien gij mij dan houdt voor een metgezel, zo neem hem aan, gelijk als mij. 18En indien hij u iets verongelijkt heeft, of schuldig is, reken dat mij toe. 19Ik, Paulus, heb het geschreven met deze mijn hand, ik zal het betalen; opdat ik u niet zegge, dat gij ook uzelven mij daartoe schuldig zijt.