Begrafenis door Jozef van Arimathéa en Nicodemus

Jozef van Arimathéa, die een discipel van Jezus was maar in het verborgen uit vreeze der Joden, bidt Pilatus dat hij het lichaam van Jezus moge wegnemen. Nicodemus komt ook en brengt een mengsel van mirre en aloë, omtrent honderd ponden. Zij winden het lichaam in linnen doeken met de specerijen en leggen het in een nieuw graf in den hof.

Jaar
4034 30 AD

Personen

Plaatsen

Bijbelverzen

Joh 19:38-42
38En daarna Jozef van Arimathea (die een discipel van Jezus was, maar bedekt om de vreze der Joden), bad Pilatus, dat hij mocht het lichaam van Jezus wegnemen; en Pilatus liet het toe. Hij dan ging en nam het lichaam van Jezus weg. 39En Nicodemus kwam ook (die des nachts tot Jezus eerst gekomen was), brengende een mengsel van mirre en aloe; omtrent honderd ponden gewichts. 40Zij namen dan het lichaam van Jezus, en bonden dat in linnen doeken met de specerijen, gelijk de Joden de gewoonte hebben van begraven. 41En er was in de plaats, waar Hij gekruist was, een hof, en in den hof een nieuw graf, in hetwelk nog nooit iemand gelegd was geweest. 42Aldaar dan legden zij Jezus, om de voorbereiding der Joden, overmits het graf nabij was.