Asa's overwinning op Zerah de Ethiopiër

Zerah de Ethiopiër trekt op met een leger van een miljoen man en 300 wagens. Asa roept tot God en de HEERE slaat de Ethiopiërs voor Asa. Er wordt grote buit behaald.

Jaar
2820 1185 BC

Personen

Plaatsen

Bijbelverzen

2 Kron 14:9-15
9En Zerah, de Moor, kwam tegen hen uit, met een heir van duizend maal duizend, en driehonderd wagenen; en hij kwam tot Maresa toe. 10Toen toog Asa tegen hem uit; en zij stelden de slagorde in het dal Zefatha bij Maresa. 11En Asa riep tot den HEERE, zijn God, en zeide: HEERE, het is niets bij U, te helpen hetzij den machtige, hetzij den krachteloze; help ons, o HEERE, onze God! Want wij steunen op U, en in Uw Naam zijn wij gekomen tegen deze menigte; o HEERE! Gij zijt onze God; laat den sterfelijken mens tegen U niets vermogen. 12En de HEERE plaagde de Moren voor Asa en voor Juda; en de Moren vloden. 13Asa nu en het volk, dat met hem was, jaagden hen na tot Gerar toe; en zo velen vielen er van de Moren, dat er voor hen geen hervatting was; want zij waren verbroken voor den HEERE en voor Zijn leger; en zij droegen zeer veel roofs daarvan. 14En zij sloegen alle steden rondom Gerar; want de verschrikking des HEEREN was over hen; en zij beroofden al de steden, omdat veel roofs in dezelve was. 15En zij sloegen ook de tenten van het vee, en voerden weg schapen in menigte, en kemelen; en kwamen weder te Jeruzalem.