Aankomst van Naomi en Ruth in Bethlehem

Naomi en Ruth komen te Bethlehem aan in het begin van de gersteoogst. De hele stad is in beroering. Naomi zegt: 'Noemt mij niet Naomi (liefelijk), noemt mij Mara (bitter), want de Almachtige heeft mij grote bitterheid aangedaan.'

Jaar
2635 1370 BC

Personen

Plaatsen

Bijbelverzen

Ruth 1:19-22
19Alzo gingen die beiden, totdat zij te Bethlehem inkwamen; en het geschiedde, als zij te Bethlehem inkwamen, dat de ganse stad over haar beroerd werd, en zij zeiden: Is dit Naomi? 20Maar zij zeide tot henlieden: Noemt mij niet Naomi, noemt mij Mara; want de Almachtige heeft mij grote bitterheid aangedaan. 21Vol toog ik weg, maar ledig heeft mij de HEERE doen wederkeren; waarom zoudt gij mij Naomi noemen, daar de HEERE tegen mij getuigt, en de Almachtige mij kwaad aangedaan heeft? 22Alzo kwam Naomi weder, en Ruth, de Moabietische, haar schoondochter, met haar, die uit de velden Moabs wederkwam; en zij kwamen te Bethlehem in het begin van de gersteoogst.