Veldtocht tegen Midian

Ook bekend als: Oorlog met Midian (Numeri)

Jaar: 2554 1451 BC
Type: Veldtocht
Aanval/verdediging: Aanval
Uitkomst: Overwinning
Tegenstander: Midian
Godsopdracht: Ja — De HEERE zei tegen Mozes: Wreek de Israëlieten op de Midianieten (Num 31:1-2)

Aanleiding

Midian had Israël verleid tot afgoderij (de zaak van Peor)

Op bevel van de HEERE trok Israël ten strijde tegen Midian. Twaalfduizend gewapende mannen (duizend per stam) verwoestten Midian, doodden alle mannen waaronder de vijf koningen van Midian en ook Bileam. Vervolgens namen zij buit mee; Mozes werd boos dat de vrouwen gespaard waren.

Bijbelverzen

Num 31:1-12
1En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende: 2Neem de wraak der kinderen Israels van de Midianieten; daarna zult gij verzameld worden tot uw volken. 3Mozes dan sprak tot het volk, zeggende: Dat zich mannen uit u ten strijde toerusten, en dat zij tegen de Midianieten zijn, om de wraak des HEEREN te doen aan de Midianieten. 4Van elken stam onder alle stammen Israels zult gij een duizend ten strijde zenden. 5Alzo werden geleverd uit de duizenden van Israel, duizend van elken stam, twaalf duizend toegerusten ten strijde. 6En Mozes zond hen ten strijde, duizend van elken stam, hen en Pinehas, den zoon van Eleazar, den priester, ten strijde, met de heilige vaten, en de trompetten des geklanks in zijn hand. 7En zij streden tegen de Midianieten, gelijk als de HEERE Mozes geboden had, en zij doodden al wat mannelijk was. 8Daartoe doodden zij boven hun verslagenen, de koningen der Midianieten, Evi, en Rekem, en Zur, en Hur, en Reba, vijf koningen der Midianieten; ook doodden zij met het zwaard Bileam, den zoon van Beor. 9Maar de kinderen Israels namen de vrouwen der Midianieten, en hun kinderkens gevangen; zij roofden ook al hun beesten, en al hun vee, en al hun vermogen. 10Voorts al hun steden met hun woonplaatsen, en al hun burchten verbrandden zij met vuur. 11En zij namen al den roof, en al den buit, van mensen en van beesten. 12Daarna brachten zij de gevangenen, en den buit, en den roof, tot Mozes en tot Eleazar, den priester, en tot de vergadering der kinderen Israels, in het leger, in de vlakke velden van Moab, dewelke zijn aan de Jordaan van Jericho.

Betrokken personen