Koning Uzzia
De tiende koning van Juda, ook Azaria genoemd, de zoon van Amazia. Hij deed wat goed was in de ogen van de HEERE en was succesvol: hij versloeg de Filistijnen, de Arabieren en de Ammonieten; hij bouwde havens en versterkte de verdedigingswerken van Jeruzalem. Maar toen hij sterk werd, verhief zijn hart zich ten verderve: hij drong eigenmachtig de tempel binnen om reukwerk te branden op het reukofferaltaar, een taak voorbehouden aan de priesters. Hierop sloeg de HEERE hem met melaatsheid en hij moest de rest van zijn leven afgezonderd leven. Zijn zoon Jotam bestuurde de koninklijke huishouding. Hij regeerde tweeënvijftig jaar (2 Koningen 14:21; 15:1-7; 2 Kronieken 26).
Bijbelverzen
1 Kron 6:24
24Zijn zoon Tahath; zijn zoon Uriel; zijn zoon Uzzia, en zijn zoon Saul.
1 Kron 6:36
36Den zoon van Elkana, den zoon van Joel, den zoon van Azarja, den zoon van Zefanja,