Thola
Een richter uit de stam Issaschar die Israël drieëntwintig jaar richtte vanuit Samir op het gebergte van Efraïm. Over zijn daden wordt weinig vermeld, maar hij stond Israël bij na de rampzalige periode van Abimelek (Richteren 10:1-2).
Bijbelverzen
Gen 46:13
13En de zonen van Issaschar: Tola, en Puwa, en Job, en Simron.
Num 26:23
23De zonen van Issaschar, naar hun geslachten, waren: van Tola het geslacht der Tolaieten; van Puva het geslacht der Punieten;
Recht 10:1-2
1Na Abimelech nu stond op, om Israel te behouden, Thola, een zoon van Pua, zoon van Dodo, een man van Issaschar; en hij woonde te Samir, op het gebergte van Efraim. 2En hij richtte Israel drie en twintig jaren; en hij stierf, en werd begraven te Samir.
1 Kron 7:1-2
1De kinderen van Issaschar waren Thola en Pua, Jasib en Simron; vier. 2De kinderen van Thola nu waren Uzzi, en Refaja, en Jeriel, en Jachmai, en Jibsam, en Samuel; hoofden van de huizen hunner vaderen, van Thola, kloeke helden in hun geslachten; hun getal was in de dagen van David twee en twintig duizend en zeshonderd.