Koning Joas
De twaalfde koning van Israël en de zoon van Joahaz. Hij regeerde zestien jaar in Samaria en deed wat slecht was in de ogen van de HEERE; hij week niet af van de zonden van Jerobeam. Hij bezocht de stervende profeet Elisa en weende over hem. Elisa instrueerde hem pijlen te schieten en te slaan op de grond — Joas sloeg slechts driemaal, tot teleurstelling van Elisa die drie slagen profeteerde in plaats van voltooiing. Desondanks versloeg hij Ben-Hadad, de zoon van Hazaël, driemaal en heroverde de steden van Israël. Hij versloeg ook Amazia van Juda nadat die een confrontatie had uitgelokt, en plunderde Jeruzalem (2 Koningen 13:10-14:16).
Bijbelverzen
Recht 6:11
11Toen kwam een Engel des HEEREN, en zette Zich onder den eik, die te Ofra is, welke aan Joas, den Abi-ezriet, toekwam; en zijn zoon Gideon dorste tarwe bij de pers, om die te vluchten voor het aangezicht der Midianieten.
Recht 6:29-31
29Zo zeiden zij, de een tot de ander: Wie heeft dit stuk gedaan? En als zij onderzochten en navraagden, zo zeide men: Gideon, de zoon van Joas, heeft dit stuk gedaan. 30Toen zeiden de mannen van die stad tot Joas: Breng uw zoon uit, dat hij sterve, omdat hij het altaar van Baal heeft omgeworpen, en omdat hij de haag, die daarbij was, afgehouwen heeft. 31Joas daarentegen zeide tot allen, die bij hem stonden: Zult gij voor den Baal twisten; zult gij hem verlossen? Die voor hem zal twisten, zal nog dezen morgen gedood worden! Indien een hij god is, hij twiste voor zichzelven, omdat men zijn altaar heeft omgeworpen.
Recht 7:14
14En zijn metgezel antwoordde, en zeide: Dit is niet anders, dan het zwaard van Gideon, de zoon van Joas, de Israelietischen man; God heeft de Midianieten en dit ganse leger in zijn hand gegeven.
Recht 8:13
13Toen nu Gideon, de zoon van Joas, van den strijd wederkwam, voor den opgang der zon,
Recht 8:29-32
29En Jerubbaal, de zoon van Joas, ging henen en woonde in zijn huis. 32En Gideon, de zoon van Joas, stierf in goeden ouderdom; en hij werd begraven in het graf van zijn vader Joas, te Ofra, des Abi-ezriets.