Koning Jehu
De tiende koning van Israël, gezalfd door een profetenleerling op bevel van Elisa. Hij was een fervent uitvoerder van Gods oordeel: hij doodde Joram van Israël en Ahazia van Juda, liet Izebel van de muur werpen, roeide het gehele huis van Achab uit en doodde zeventig zonen van Achab. Hij vergaderde ook alle Baälpriesters bijeen voor een schijnfeest en liet hen vervolgens doden. Toch week hij zelf niet af van de zonden van Jerobeam en diende de gouden kalveren. De HEERE prees zijn gehoorzaamheid en beloofde dat zijn zonen tot het vierde geslacht op de troon van Israël zouden zitten. Hij regeerde achtentwintig jaar (2 Koningen 9-10).
Bijbelverzen
1 Kon 16:1
1Toen geschiedde het woord des HEEREN tot Jehu, den zoon van Hanani, tegen Baesa, zeggende:
1 Kon 16:7
7Alzo geschiedde ook het woord des HEEREN, door den dienst van den profeet Jehu, den zoon van Hanani, tegen Baesa en tegen zijn huis; en dat om al het kwaad, dat hij gedaan had in de ogen des HEEREN, Hem tot toorn verwekkende door het werk zijner handen, omdat hij was gelijk het huis van Jerobeam, en omdat hij hetzelve verslagen had.
1 Kon 16:12
12Alzo verdelgde Zimri het ganse huis van Baesa, naar het woord des HEEREN, dat Hij over Baesa gesproken had, door den dienst van den profeet Jehu;
2 Kron 19:2
2En Jehu, de zoon van Hanani, de ziener, ging uit, hem tegen, en zeide tot den koning Josafat: Zoudt gij den goddeloze helpen, en die den HEERE haten, liefhebben? Nu is daarom over u van het aangezicht des HEEREN grote toornigheid.
2 Kron 20:34
34Het overige nu der geschiedenissen van Josafat, de eerste en de laatste, ziet, die zijn geschreven in de geschiedenissen van Jehu, den zoon van Hanani, die men hem optekenen deed in het boek der koningen van Israel.