Jezus' intocht in Jeruzalem op Palmzondag
Pelgrimsreis #112 4030 26 ADOmschrijving
Jezus reed op een ezelin Jeruzalem binnen terwijl de menigte palmtakken op de weg legde en riep: Hosanna, de Zoon van David! De hele stad was in rep en roer.
Personen
Bijbelverzen
Mat 21:1-11
1En als zij nu Jeruzalem genaakten, en gekomen waren te Beth-fage, aan de Olijfberg, toen zond Jezus twee discipelen, zeggende tot hen: 2Gaat heen in het vlek, dat tegen u over ligt, en gij zult terstond een ezelin gebonden vinden, en een veulen met haar; ontbindt ze, en brengt ze tot Mij. 3En indien u iemand iets zegt, zo zult gij zeggen, dat de Heere deze van node heeft, en hij zal ze terstond zenden. 4Dit alles nu is geschied, opdat vervuld worde, hetgeen gesproken is door den profeet, zeggende: 5Zegt der dochter Sions: Zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig en gezeten op een ezelin en een veulen, zijnde een jong ener jukdragende ezelin. 6En de discipelen heengegaan zijnde, en gedaan hebbende, gelijk Jezus hun bevolen had, 7Brachten de ezelin en het veulen, en legden hun klederen op dezelve, en zetten Hem daarop. 8En de meeste schare spreidden hun klederen op den weg, en anderen hieuwen takken van de bomen, en spreidden ze op den weg. 9En de scharen, die voorgingen en die volgden, riepen, zeggende: Hosanna den Zone Davids! Gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren! Hosanna in de hoogste hemelen! 10En als Hij te Jeruzalem inkwam, werd de gehele stad beroerd, zeggende: Wie is Deze? 11En de scharen zeiden: Deze is Jezus, de Profeet van Nazareth in Galilea.