Ezra trekt van Babel naar Jeruzalem (wet onderwijzen)

Reis #91 3467 538 BC

Omschrijving

Ezra, een schriftgeleerde bedreven in de wet van Mozes, trok op van Babel naar Jeruzalem met toestemming van koning Arthahsasta om de wet van God te onderwijzen in Israël.

Personen

Bijbelverzen

Ezra 7:1-10
1Na deze geschiedenissen nu, in het koninkrijk van Arthahsasta, koning van Perzie: Ezra, de zoon van Seraja, den zoon van Azarja, den zoon van Hilkia, 2Den zoon van Sallum, den zoon van Zadok, den zoon van Ahitub, 3Den zoon van Amarja, den zoon van Azarja, den zoon van Merajoth, 4Den zoon van Zerahja, den zoon van Uzzi, den zoon van Bukki, 5Den zoon van Abisua, den zoon van Pinehas, den zoon van Eleazar, den zoon van Aaron, den hoofdpriester. 6Deze Ezra toog op uit Babel; en hij was een vaardig schriftgeleerde in de wet van Mozes, die de HEERE, de God Israels, gegeven heeft; en de koning gaf hem, naar de hand des HEEREN, zijns Gods, over hem, al zijn verzoek. 7Ook sommigen van de kinderen Israels, en van de priesteren en de Levieten, en de zangers, en de poortiers, en de Nethinim, togen op naar Jeruzalem, in het zevende jaar van den koning Arthahsasta. 8En hij kwam te Jeruzalem in de vijfde maand; dat was het zevende jaar dezes konings. 9Want op den eersten der eerste maand was het begin des optochts uit Babel, en op den eersten der vijfde maand kwam hij te Jeruzalem, naar de goede hand zijns Gods over hem. 10Want Ezra had zijn hart gericht, om de wet des HEEREN te zoeken en te doen, en om in Israel te leren de inzettingen en de rechten.

Plaatsen