Mozes mag het land zien vanaf de berg maar niet binnengaan
God zegt Mozes dat hij het land zal zien vanaf de berg Abarim. Vervuld
Bronverzen
Num 27:12-13
12Daarna zeide de HEERE tot Mozes: Klim op dezen berg Abarim, en zie dat land, hetwelk Ik den kinderen Israels gegeven heb. 13Wanneer gij dat gezien zult hebben, dan zult gij tot uw volken verzameld worden, gij ook, gelijk als uw broeder Aaron verzameld geworden is;
Vervulling
Vervuld toen Mozes het land zag vanaf de berg Nebo.
Vervullingsverzen
Deut 34:1-4
1Toen ging Mozes op, uit de vlakke velden van Moab, naar den berg Nebo, op de hoogten van Pisga, welke recht tegenover Jericho is; en de HEERE wees hem dat ganse land, Gilead tot Dan toe; 2En het ganse Nafthali, en het land van Efraim en Manasse, en het ganse land van Juda, tot aan de achterste zee; 3En het Zuiden, en het effen veld der vallei van Jericho, de palmstad, tot Zoar toe. 4En de HEERE zeide tot hem: Dit is het land, dat Ik Abraham, Izak en Jakob gezworen heb, zeggende: Aan uw zaad zal Ik het geven! Ik heb het u met uw ogen doen zien, maar gij zult daarheen niet overgaan.