Babel zal plotseling vallen en nooit meer bewoond worden

Jeremia profeteert uitgebreid de val en eeuwige verwoesting van Babel. Vervuld

Bronverzen

Jer 50:1-3
1Het woord, dat de HEERE gesproken heeft tegen Babel, tegen het land der Chaldeen, door den dienst van den profeet Jeremia. 2Verkondigt onder de heidenen, en doet horen, en werpt een banier op, laat horen, verbergt het niet; zegt: Babel is ingenomen, Bel is beschaamd, Merodach is verpletterd, haar afgoden zijn beschaamd, haar drekgoden zijn verpletterd! 3Want een volk komt tegen haar op van het noorden; dat zal haar land zetten in verwoesting, dat er geen inwoner in zal zijn; van de mensen aan tot de beesten toe zijn zij weggezworven, doorgegaan!
Jer 50:39-40
39Daarom zo zullen de wilde dieren der woestijnen met de wilde dieren der eilanden daarin wonen; ook zullen de jonge struisen daarin wonen; en men zal er geen verblijf meer hebben in eeuwigheid, en zij zal niet bewoond worden van geslacht tot geslacht. 40Gelijk God Sodom en Gomorra en haar naburen heeft omgekeerd, spreekt de HEERE, alzo zal niemand aldaar wonen, en geen mensenkind in haar verkeren.

Vervulling

Vervuld in de val van Babel in 539 v.Chr. en de geleidelijke verlating van de stad.

Vervullingsverzen

Dan 5:30-31
30In dienzelfden nacht, werd Belsazar, der Chaldeen koning, gedood. 31 Darius, de Meder nu, ontving het koninkrijk, omtrent twee en zestig jaren oud zijnde.

Personen

Plaatsen